wilgengors

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae). Het is een zeldzame broedvogel in noordoostelijk Europa en verder diep in Azië. Het is een trekvogel die overwintert in en een dwaalgast in West-Europa