windbuil
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een opschepperGa toch weg, windbuil!
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘snoever’ voor het eerst aangetroffen in 1679
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘snoever’ voor het eerst aangetroffen in 1679