winterslaap
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fysiologie) een toestand van hypothermie en inactiviteit bij sommige warmbloedige dieren in de winterZevenslapers houden een winterslaap die wel zeven maanden kan duren.
- (fysiologie) een toestand van inactiviteit bij sommige organismenDe mieren waren al ontwaakt uit hun winterslaap.
Vertalingen
Engelshibernation
Franshibernation
DuitsWinterschlaf
Spaanshibernación
Italiaansletargo, ibernazione
Zweedsvinterdvala, dvala, vintersömn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek