wintervoorraad

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. goederen die voor gebruik in de winter worden opgeslagen
    In Nederland eten koeien nu al van de wintervoorraad, zei landbouworganisatie LTO gisteren. Daardoor dreigt de wintervoorraad op te raken en zonder wintervoer zullen dieren geslacht moeten worden.
    Veel boeren, ook in Nederland, stevenen af op een miljoenenschade doordat hun oogsten tegenvallen vanwege het droge weer. Ook dreigen er tekorten aan veevoer te ontstaan: gras en mais groeien niet, waardoor koeien nu al van de wintervoorraad moeten eten.