wisseling
vrouwelijk (de)/ˈwɪsəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het wisselen, de ruil, verruiling
- het overgaan van de ene in de andere bijv. eeuwwisseling
Etymologie
* van wisselen
Vertalingen
Engelschange, alteration, conversion
Spaanscambio, conversión, transformación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek