wisselstrook
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɪsəlˌstrok/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een rijstrook die afhankelijk van de drukte geopend wordt voor een bepaalde rijrichtingRuijter is verantwoordelijk voor het programma SAA, Schiphol-Amsterdam-Almere. De A1 is een van de vijf projecten van SAA, dat in 2024/25 moet zijn voltooid en in totaal 4,4 miljard euro kost. Ruijter verwacht dat meer wegcapaciteit zal leiden tot minder files. Er waren drie rijstroken in beide richtingen en één wisselstrook die zich aanpast aan de spits. Het worden vijf rijstroken in beide richtingen, plus twee wisselstroken. NRC Mark Duursma 22 augustus 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek