Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

witkopgors

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae). Het verenkleed van deze 16 cm lange vogel is bruinwit. In de broedtijd heeft het mannetje een met wit getekende kastanjebruine kop, die in de winter doffer is. Verder heeft de vogel geelbruine poten en een dikke, bruine snavel. Het vrouwtje is bruiner met minder wit