Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
witloofboer
mannelijk (de)/ˈwɪtlovˌbur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (landbouw) agrariër die cichorei () teelt op een manier waarbij er geen licht bij de krop komtGe herinnert U nog wel dat Sellekaerts, de slimme witloofboer die zoveel verstand heeft dat hij in de gemeenteraad zit van zijn dorp, tweemaal te reke de eerste ereprijs won in Brussel-Centre.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek