Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

witloofboer

mannelijk (de)/ˈwɪtlovˌbur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, landbouw (persoon) (landbouw) agrariër die cichorei () teelt op een manier waarbij er geen licht bij de krop komt
    Ge herinnert U nog wel dat Sellekaerts, de slimme witloofboer die zoveel verstand heeft dat hij in de gemeenteraad zit van zijn dorp, tweemaal te reke de eerste ereprijs won in Brussel-Centre.