wolligheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin men omfloerst spreekt
    Nu kun je betogen dat politici veel praten, maar niets zeggen. Je kunt stellen dat het nietszeggende praten van politici, zeker tijdens verkiezingsdebatten, gelijk staat aan het nodeloos vibreren van lucht. Verbale wolligheid is echter nog geen mystiek. Mystiek praten bestaat niet, mystiek zwijgen wel. HP de Tijd TIM JANSEN 19 MRT 2015 [https://www.hpdetijd.nl/2015-03-19/mystiek-zwijgende-pvver/ De mystiek van de zwijgende PVV’er]
    “Ik heb een hekel aan wolligheid” : Ds. W. Dekker keert zich tegen verwevenheid van vorm en inhoud – interview met ds. W. Dekker (Reformatorisch Dagblad, 11-04-2001) Reformatorisch Dagblad 12-04-2016 [https://www.rd.nl/kerk-religie/ds-w-dekker-veertig-jaar-hervormd-predikant-1.539086 Ds. W. Dekker veertig jaar hervormd predikant]

Etymologie

* afleiding van wollig