wolvin
vrouwelijk (de)/wɔlˈvɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) vrouwelijke wolf
Etymologie
*van Middelnederlands "wolvin", op te vatten als afgeleid van wolf , in de betekenis van ‘wijfjeswolf’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Vertalingen
Engelsshe-wolf
Franslouve
DuitsWölfin
Spaansloba
Portugeesloba
Zweedsvarginna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek