wonde
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɔndə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (Vlaanderen en Limburg) een beschadiging in of aan het lichaamDoor zijn val had hij een diepe wonde in zijn been.
Etymologie
*"wond" met de uitgang -e
Uitdrukkingen
- een wonde toebrengen — kwetsen
- Den vinger op de wond ( of een wonde plek) leggen
- Tijd heelt alle wonden — door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge/verdrietige/zware/kwaadmakende dingen minder erg
- Zachte heelmeesters maken stinkende wonden — een grondige oplossing is beter dan doormodderen of het voorzichtig aanpakken, ook al is hij pijnlijk
Vertalingen
DuitsWunde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek