wonen
/ˈwonə(n)/
Wat is de betekenis van wonen?
wonen betekent: (inerg) een permanente behuizing hebben
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een permanente behuizing hebben
Voorbeelden van "wonen" in een zin
- In ons werkgebied wonen ongeveer 200.000 mensen.
- Wonen op drie meter onder zeeniveau (NAP) is heel wat anders dan lopen op duizend meter boven de zeespiegel.
- De zelf omgebouwde camper waar hij in woonde was van alle gemakken voorzien, maar hij was minder dan 800 euro per jaar kwijt aan vaste lasten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gehuisvest zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- In een glazen huis wonen — een persoon wier handelen veel kritiek kan krijgen omdat deze openbaar te volgen is
Vertalingen
Engelslive
Franshabiter
Duitswohnen
Spaansvivir
Russischжить
Poolsmieszkać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek