wonen
Wat is de betekenis van wonen?
wonen betekent: (inerg) een permanente behuizing hebben
Betekenis
- (inerg) een permanente behuizing hebben
Voorbeelden van "wonen" in een zin
- In ons werkgebied wonen ongeveer 200.000 mensen.
- Wonen op drie meter onder zeeniveau (NAP) is heel wat anders dan lopen op duizend meter boven de zeespiegel.
- De zelf omgebouwde camper waar hij in woonde was van alle gemakken voorzien, maar hij was minder dan 800 euro per jaar kwijt aan vaste lasten.
Betekenis en uitleg van wonen
Wonen is het hebben van een vaste plek waar je leeft en je dagelijkse activiteiten uitvoert. Het gaat niet alleen om het fysieke onderkomen, maar ook om de emotionele en sociale verbinding met de ruimte die je bewoont.
Dit woord wordt vaak gebruikt in de context van huisvesting, zoals bij het bespreken van huur- of koopwoningen. Wonen kan ook een culturele dimensie hebben, waarbij het verwijst naar de manier waarop mensen hun leefomgeving inrichten en ervaren. De nuance van het woord kan variëren afhankelijk van de context, zoals tijdelijk of permanent wonen.
Voorbeelden
- Na jaren in het buitenland te hebben gewoond, besloot hij terug te keren naar zijn geboorteplaats.
- Zij woont in een klein appartement in het centrum van de stad, waar ze geniet van de levendige omgeving.
- Tijdens hun vakantie hebben ze in een tent gewoond, wat een totaal andere ervaring bood dan hun normale leven thuis.
Woordoorsprong
Het woord 'wonen' komt van het Oudgermaanse 'wunō', wat 'verblijven' of 'verblijfplaats' betekent.
Veelgestelde vragen over wonen
Wat is de betekenis van wonen?
wonen betekent: (inerg) een permanente behuizing hebben
Hoe gebruik je wonen in een zin?
Voorbeeld: “In ons werkgebied wonen ongeveer 200.000 mensen.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘gehuisvest zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- In een glazen huis wonen — een persoon wier handelen veel kritiek kan krijgen omdat deze openbaar te volgen is