woningbouwvereniging

vrouwelijk (de)/ˈwonɪŋˌbɑuvərˌenəˌɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. instelling belast met (gesubsidieerde) woningbouw en met de exploitatie (verhuur) en het onderhoud van woningen
    als je ziet wat sommige woningbouwverenigingen (Rochdale) tegenwoordig voor directeuren hebben of hadden, krijg je een heel vieze smaak in je mond. [http://nos.nl/artikel/2006948-justitie-eist-ruim-2-miljoen-van-mollenkamp.html www.nos.nl]