woordgroep

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwortxrup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een deel van een zin (vaak een zinsdeel of anders een deel hiervan) dat zich in syntactisch opzicht als eenheid manifesteert.

Vertalingen

Spaansconstituyente sintáctico