wortelen
/ˈwɔrtələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) wortel schietenNieuwe natuur is geworteld in de streek.[https://www.natuurmonumenten.nl/nieuwe-natuur-is-geworteld-in-de-streek Tiengemeten]
- (absol) verankerd zijn, ingeburgerd zijn, zijn oorsprong vindenDie gedachte wortelt nog in het oude heidendom van weleer.
Etymologie
*: "wortel" met de uitgang -en
Vertalingen
Spaansenraizar, arraigar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek