wroeging
vrouwelijk (de)/'wruɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spijt, gewetensnood, berouw'Door de beurscrash heb ik al mijn geld verloren', zegt hij zonder wroeging.
Etymologie
* van wroegen
Vertalingen
Engelsrepentance
Spaansarrepentimiento, remordimiento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek