wroeging

vrouwelijk (de)/'wruɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spijt, gewetensnood, berouw
    'Door de beurscrash heb ik al mijn geld verloren', zegt hij zonder wroeging.

Etymologie

* van wroegen

Vertalingen

Engelsrepentance
Spaansarrepentimiento, remordimiento