zaagjes

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweekleppigen (tweekleppigen) een familie van kleine, tweekleppige schelpdieren. De schelpen van deze weekdieren zijn glad en lichtelijk wigvormig, en hebben meestal een fijn getande onderrand. Zaagjes worden in vrijwel alle tropische en gematigde stranden aangetroffen. Verschillende soorten zijn voor de mens eetbaar. De familie wordt vertegenwoordigd door vier moderne geslachten, waarvan het meest bekend is

Etymologie

* "zaagje" met de uitgang -s