zaagsel
onzijdig (het)/'zaxsəl/
Wat is de betekenis van zaagsel?
zaagsel betekent: een uit houtvezels bestaande stof die ontstaat bij het zagen van hout
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een uit houtvezels bestaande stof die ontstaat bij het zagen van hout
Voorbeelden van "zaagsel" in een zin
- Deze pop is gevuld met zaagsel.
Etymologie
* van zagen
Vertalingen
Engelssawdust
Franssciure
DuitsSägemehl
Spaansserrín, aserrín, serraduras
Russischопилки
Poolstrociny
Zweedssågspån, spån
Deenssavsmuld
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek