zaagtand

mannelijk (de)/'zaxtɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) een scherpe tandvormige karteling aangebracht op de rand van een zaagblad
    De zaagtanden op dit blad staan afwisselend een beetje de ene of de andere kant opgebogen.
  2. (overdrachtelijk) iets in de vorm van een zaagtand
    Zoals het beeld op de oscilloscoop laat zien is deze spanning een zaagtand.

Vertalingen

Engelssawtooth, indentation
Fransdent de scie, dentelure
DuitsSägezahn, Zahnung
Spaansdiente de sierra, mella, muesca