zaagtand
mannelijk (de)/'zaxtɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een scherpe tandvormige karteling aangebracht op de rand van een zaagbladDe zaagtanden op dit blad staan afwisselend een beetje de ene of de andere kant opgebogen.
- (overdrachtelijk) iets in de vorm van een zaagtandZoals het beeld op de oscilloscoop laat zien is deze spanning een zaagtand.
Vertalingen
Engelssawtooth, indentation
Fransdent de scie, dentelure
DuitsSägezahn, Zahnung
Spaansdiente de sierra, mella, muesca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek