zak

mannelijk (de)/zɑk/

Wat is de betekenis van zak?

zak betekent: slap omhulsel dat aan een kant een (soms afsluitbare) opening heeft om er iets in te stoppen of uit te halen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. slap omhulsel dat aan een kant een (soms afsluitbare) opening heeft om er iets in te stoppen of uit te halen
  2. plek in kleding waarin kleine spullen kunnen worden meegedragen
  3. scheldwoord (scheldwoord) erg vervelende, onaangename of onnozele vent (wellicht een verkorting van klootzak)"zak" in: De Coster, Marc, Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen: Standaard, 2007.
  4. anatomie, verouderd (anatomie) (verouderd) orgaan in de buik waar de vertering van het voedsel begint

Voorbeelden van "zak" in een zin

  • Stop die oude rommel maar in een zak.
  • Met knorrende maag verwarmde ik een zak vriesdroge spaghetti bolognese op mijn JetBoil Minimo gaspit.
  • Het eten stopte ik in aparte zip-lock zakjes.
  • Waarom hou je dat potlood de hele tijd in je hand, waarom stop je het niet in je zak?
  • De meeste kinderen vinden hun vader een ouwe zak (hij durft het woord lul niet te gebruiken, want zijn krant heeft nog taboes, zegt hij).

Betekenis en uitleg van zak

Een zak is een flexibel, meestal gesloten voorwerp dat wordt gebruikt om dingen in te bewaren of te vervoeren. Denk aan een tas of een verpakking waarin je spullen kunt stoppen, variërend van boodschappen tot persoonlijke spullen.

Het woord 'zak' wordt vaak gebruikt in dagelijkse situaties, zoals wanneer je boodschappen doet en een tas nodig hebt om je aankopen in mee te nemen. Daarnaast kan het ook verwijzen naar specifieke zakken, zoals een rugzak voor school of werk. De nuance van het woord kan variëren afhankelijk van het soort zak dat je bedoelt, van een eenvoudige plastic zak tot een luxe handtas.

Voorbeelden

  • Ik stop mijn boeken in een grote zak voordat ik naar de bibliotheek ga.
  • Tijdens de wandeling kwam ik een zak met afval tegen die ik besloot op te rapen.
  • Ze kocht een nieuwe zak voor haar laptop, zodat ze deze veilig kan vervoeren.

Woordoorsprong

Het woord 'zak' komt waarschijnlijk van het Oudgermaanse 'sakka', wat een soort tas of verpakking betekent. Dit is verwant aan verschillende woorden in andere Germaanse talen, die ook verwijzen naar een soortgelijke betekenis.

Veelgestelde vragen over zak

Wat is de betekenis van zak?

zak betekent: slap omhulsel dat aan een kant een (soms afsluitbare) opening heeft om er iets in te stoppen of uit te halen

Hoeveel betekenissen heeft zak?

zak heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft zak?

zak is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van zak?

Synoniemen van zak zijn: maag.

Hoe gebruik je zak in een zin?

Voorbeeld: “Stop die oude rommel maar in een zak.

Etymologie

*[4] in de betekenis van 'maag' aangetroffen vanaf 1434

Uitdrukkingen

  • de zak krijgen
  • een kat in de zak kopen
  • Geen zak{{vulgair|nld
  • Iemand de zak gevenIemand ontslaan
  • In zak en as zittenNiet meer weten wat te doen in een impasse/een uitzichtloze situatie
  • In zijn zak hebbenIemand goed kennen/ Iets helemaal begrijpen / Iets voor mekaar hebben
  • In zijn zak stekenGeen antwoord meer weten / Het met een antwoord moeten doen
  • Met pak en zak (gaan)Met veel bagage gaan

Vertalingen

Engelssack, bag, pocket
Franssac, poche, saquer
DuitsSack, Tasche, feuern
Spaansbolsa, bolso, saco
Italiaanssacco, tasca
Portugeessaco, saca, bolso
Russischмешок, карман
Chinees口袋
Japans袋, ポケット, 懐中
Koreaans자루, 호주머니
Arabischجيب
Turkscep, çuval, cep
Poolsworek, kieszeń
Zweedssäck, ficka
Deenssæk, lomme