zakdoek

mannelijk (de)/ˈzɑgduk/

Wat is de betekenis van zakdoek?

zakdoek betekent: een doek om de neus in te snuiten

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een doek om de neus in te snuiten

Voorbeelden van "zakdoek" in een zin

  • Die vuile zakdoek gebruik ik niet! Die hangt vol snot!

Etymologie

* In de betekenis van ‘doek om de neus in te snuiten’ voor het eerst aangetroffen in 1775

Vertalingen

Engelshandkerchief
Fransmouchoir
DuitsTaschentuch
Spaanspañuelo
Italiaansfazzoletto
Japansハンカチ, hankachi
Poolschusteczka do nosa
Zweedsnäsduk
Deenslommetørklæde