zakker
mannelijk (de)/ˈzɑkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (historisch) iemand die bepaalde handelswaar in zakken te doen
- knikker die men bij het knikkeren als winst behoud
- over een geschilderd oppervlak omlaag druipende overtollige verf
Etymologie
*van Middelnederlands "sacker", op te vatten als afgeleid van "zakken"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek