zakpijpen

/ˈzɑkpɛipə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. manteldieren (manteldieren) een klasse van in zee levende chordadieren. Vanwege hun vorm zijn ze genoemd naar een oude naam voor de doedelzak. Er bestaan zakpijpen die kolonies vormen
    De ene lijkt op een abrikoos, de andere op een zuurstok: deze zakpijpen vormen een aparte klasse in het dierenrijk. [https://www.nrc.nl/nieuws/2023/11/28/de-ene-zakpijp-is-de-andere-niet-of-toch-wel-zo-toont-het-dna-van-een-mysterieuze-diergroep-a4182554 www.nrc.nl (28 nov 2023)]

Etymologie

* "zakpijp" met de uitgang -en