zambo
mannelijk (de)/ˈzɑmbo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een persoon van gemengd negroïde en indiaanse afkomstVelen vinden een aanduiding als zambo een beledigend woord.
Etymologie
* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘kind van neger en indiaanse’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Vertalingen
Engelszambo
DuitsZambo
Spaanszambo, lobo, garífuna
Portugeescafuzo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek