ziekendag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dag waarop iemand ziek is en vrij heeft genomen van zijn of haar werk"...dán juist overviel Neel het eenzaamste gevoel van den ganschen ziekendag".Israel Querido (1925), [http://dbnl.org/tekst/quer002jord02_01/quer002jord02_01_0009.php De Jordaan: Amsterdamsch epos]. Uitg.: Scheltens & Giltay.
- een dag die speciaal is ingericht voor de ziekenzalving
- een dag waarop activiteiten speciaal voor zieken (en/of ouderen) worden georganiseerdDe Ahrenberger (27 augustus 2014), [http://www.deweekkrant.nl/pages.php?page=3021870 "De Veldhovense Ziekendag!"].
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek