ziek
zik
Wat is de betekenis van ziek?
ziek betekent: verkerend in een toestand waarbij sommige lichamelijke processen niet goed werken, niet gezond zijnd; gezegd van mensen en dieren
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- verkerend in een toestand waarbij sommige lichamelijke processen niet goed werken, niet gezond zijnd; gezegd van mensen en dieren
- niet in orde
- afstotelijk, idioot [2], weerzinwekkend
- absurd
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zieken
- gebiedende wijs van zieken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zieken
Voorbeelden van "ziek" in een zin
- Hij is al lange tijd ziek.
- Uw witte schimmel is zwaar ziek, het zal zeker zes weken duren voordat hij weer beter is. En het is het enige paard dat over de daken kan rijden!'
- De wereld is ziek.
- Een zieke daad.
- Dat is echt volkomen ziek.
Etymologie
erfwoord via Middelnederlands siec van Oudnederlands siek, in de betekenis van ‘niet gezond’ aangetroffen vanaf 1236, mogelijk te herleiden tot een Proto-Germaanse wortel *seuka-
Vertalingen
camalalt
Duitskrank
Engelscrook, ill, sick
fisairas
Fransmalade
elάρρωστος
hubeteg
iomalada
papmalu
Poolschore, chory, chora
robolnav
Spaansmorboso, enfermo
cschorobný, nemocný, churavý
Zweedssjuk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek