ziek

zik

Wat is de betekenis van ziek?

ziek betekent: verkerend in een toestand waarbij sommige lichamelijke processen niet goed werken, niet gezond zijnd; gezegd van mensen en dieren

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. medisch_in_het_nederlands, woorden met boekreferenties verkerend in een toestand waarbij sommige lichamelijke processen niet goed werken, niet gezond zijnd; gezegd van mensen en dieren
  2. figuurlijk_in_het_nederlands niet in orde
  3. figuurlijk_in_het_nederlands, informeel_in_het_nederlands afstotelijk, idioot [2], weerzinwekkend
  4. figuurlijk_in_het_nederlands absurd
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zieken
  2. gebiedende wijs van zieken
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zieken

Voorbeelden van "ziek" in een zin

  • Hij is al lange tijd ziek.
  • Uw witte schimmel is zwaar ziek, het zal zeker zes weken duren voordat hij weer beter is. En het is het enige paard dat over de daken kan rijden!'
  • De wereld is ziek.
  • Een zieke daad.
  • Dat is echt volkomen ziek.

Etymologie

erfwoord via Middelnederlands siec van Oudnederlands siek, in de betekenis van ‘niet gezond’ aangetroffen vanaf 1236, mogelijk te herleiden tot een Proto-Germaanse wortel *seuka-

Vertalingen

camalalt
Duitskrank
Engelscrook, ill, sick
fisairas
Fransmalade
elάρρωστος
hubeteg
iomalada
papmalu
Poolschore, chory, chora
robolnav
Spaansmorboso, enfermo
cschorobný, nemocný, churavý
Zweedssjuk