zang
mannelijk (de)/zɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) de kunst van het zingen
- (muziek) zangstuk
- (letterkunde) onderdeel van een langer dichtstukHet heldendicht bestaat uit vijf zangen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘het zingen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- Veel noten op zijn zang hebben — veel eisen en wensen dat aan alle verlangens wordt voldaan
Vertalingen
Engelssinging
Spaanscante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek