zang

mannelijk (de)/zɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) de kunst van het zingen
  2. muziek (muziek) zangstuk
  3. letterkunde (letterkunde) onderdeel van een langer dichtstuk
    Het heldendicht bestaat uit vijf zangen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘het zingen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Uitdrukkingen

  • Veel noten op zijn zang hebbenveel eisen en wensen dat aan alle verlangens wordt voldaan

Vertalingen

Engelssinging
Spaanscante