zatheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- algehele dronkenschapZijn zatheid was stuitend.
- overmatigheid in voedselDe slaap des arbeiders is zoet, hij hebbe weinig of veel gegeten; maar de zatheid des rijken laat hem niet slapen.Pred. 5:11
Etymologie
*afgeleid van zat
Vertalingen
Engelsebriety
Spaansembriaguez
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek