zedenmeester
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die regelmatig/voortdurend zegt wat wel en niet zou mogen op zedelijk gebied.Het blad, [de Hollandsche Spectator] en daarmee dus zijn redacteur Justus van Effen, fungeerde als een gezaghebbende zedenmeester, die de principes van de Verlichting (redelijkheid, tolerantie, sociabiliteit) vertaalde naar de burgers toe.
Vertalingen
Engelsmoralist
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek