zedenmeester

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die regelmatig/voortdurend zegt wat wel en niet zou mogen op zedelijk gebied.
    Het blad, [de Hollandsche Spectator] en daarmee dus zijn redacteur Justus van Effen, fungeerde als een gezaghebbende zedenmeester, die de principes van de Verlichting (redelijkheid, tolerantie, sociabiliteit) vertaalde naar de burgers toe.

Vertalingen

Engelsmoralist