zeef
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van zeef?
zeef betekent: (gereedschap) (huishouden) een werktuig met veel gaatjes voor het scheiden van een vloeistof of fijn poeder van de zich de daarin bevindende grotere vaste delen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) (huishouden) een werktuig met veel gaatjes voor het scheiden van een vloeistof of fijn poeder van de zich de daarin bevindende grotere vaste delen
Voorbeelden van "zeef" in een zin
- Heb je een zeefje voor de theeblaren?
- als de gaatjes in het filter zeer klein zijn, spreekt men meestal van een filter
Etymologie
* In de betekenis van ‘werktuig om te zeven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelssieve
Franstamis
DuitsSieb
Spaanscolador, cedazo
Portugeescoador, peneira
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek