zeefdoek

/ˈzevduk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (n) en (m) een vrij los weefsel dat water goed doorlaat en gebruikt kan worden als zeef
    Bij het scheppen van papier wordt van zeefdoek gebruik gemaakt.
  2. (m) een doek vervaardigd uit [1]
    Die zeefdoek kan beter vervangen worden.

Vertalingen

Spaanslinón