zeefdoek
/ˈzevduk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) en (m) een vrij los weefsel dat water goed doorlaat en gebruikt kan worden als zeefBij het scheppen van papier wordt van zeefdoek gebruik gemaakt.
- (m) een doek vervaardigd uit [1]Die zeefdoek kan beter vervangen worden.
Vertalingen
Spaanslinón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek