zeepaardje
/ˈzeparcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) benaming voor zeevisjes waarvan de kop op een paardenkop lijkt en die rechtopstaand zwemmen, uit het geslacht
Etymologie
* , vanwege de kop die lijkt op die van een paard; in de betekenis van ‘beenvis’ aangetroffen vanaf 1562In de Oud-Griekse mythologie is er ook sprake van een zeepaard, Hippocampus genaamd.
Vertalingen
Engelsseahorse
Franshippocampe, cheval marin
DuitsSeepferdchen
Spaanscaballito de mar, hipocampo, caballito marino
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek