zeesla
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzesla/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (algen) een geslacht van meercellige groenwieren, dat uit 385 soorten bestaat. De soorten komen voor in kustgebieden in de hele wereld en enkele soorten komen ook voor in brak water
- (algen) (voeding) een eetbare algensoort uit dit geslacht, slawier behorend tot de groenwieren ()
Vertalingen
Spaanslechuga de mar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek