zeevrucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzevrʏxt/
Wat is de betekenis van zeevrucht?
zeevrucht betekent: (voeding) iets eetbaars uit de zee
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) iets eetbaars uit de zee
Voorbeelden van "zeevrucht" in een zin
- Zijn restaurant heeft veel zeevruchten op het menu, niet alleen vis maar ook mosselen en oesters.
- Van het zee-egelgerecht begrijpen we niet veel: drie schalen met priknaalden waarin noedels, grapefruit, wat groen en, inderdaad, zee-egel moeten doorgaan voor een soort salade. Mijn tafelgenote vindt het ronduit vies. Inderdaad vormen het fris-bitter van de grapefruit en het aards-bitter van de zeevrucht geen gelukkige combinatie.
- {{ouds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek