zeg
mannelijk (de)/zɛx/
Wat is de betekenis van zeg?
zeg betekent: voornamelijk als verkleinwoord een uiting van wat men in een vergadering in te brengen heeft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voornamelijk als verkleinwoord een uiting van wat men in een vergadering in te brengen heeft
werkwoord
- een aankondiging van een voorbeeld
tussenwerpsel
- (spreektaal) inhoudsloze toevoeging om de rest van de mededeling extra te benadrukken, meestal helemaal aan het begin of juist helemaal aan het eind van de zin of uiting geplaatst
- (spreektaal) toevoeging om een zekere moeheid/frustratie te uiten
Voorbeelden van "zeg" in een zin
- Nadat hij eindelijk zijn zegje gedaan had, ging men over tot het volgende punt.
- De kookpunten van metalen uit het d-blok, zeg wolfraam, zijn bijzonder hoog.
- Zeg, wat doe jij daar?
- Dat is een moeilijke vraag zeg!
- Wat een gedoe, zeg!
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Uitdrukkingen
- Zijn zegje doen — Zijn standpunt uiteenzetten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek