zegenen
/ˈzeɣənə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) de zegen geven; goedkeuring gevenDe pastoor zegende de held.De vervaardiging van het kunstwerk kwam tot stand door giften van lezers van het Vlieland Magazine. "We zijn hier zo dankbaar voor. Het leek alsof ze het persoonlijk zegende", aldus dochter Elisah.
Etymologie
*afgeleid van zegen
Vertalingen
Engelsbless
Fransbénir
Duitssegnen
Spaansbendecir, santiguar
Italiaansbenedire
Portugeesabençoar
Poolsbłogosławić
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek