zelf

vrouwelijk (de)/ˈzɛlᵊf/

Wat is de betekenis van zelf?

zelf betekent: in eigen persoon, niet een ander

Betekenis

voornaamwoord
  1. in eigen persoon, niet een ander
  2. in tegenstelling met iets anders
zelfstandig naamwoord
  1. eigen persoon (vaak gebruikt als eerste deel van een samenstelling om aan te geven dat het onderwerp en voorwerp van het tweede deel hetzelfde zijn)
  2. psychologie (psychologie) besef van identiteit
zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) "salie", benaming voor planten uit het geslacht

Voorbeelden van "zelf" in een zin

  • Zeg nou zelf, zou ik ooit zoiets doen?
  • Zelf moest ik ook erg nodig naar de wc, maar ik durfde na dit verhaal absoluut niet meer naar buiten.
  • Hij was zelf echter niet geraakt door de kogel.
  • Mijn zelf is verweven met en wordt gedefinieerd door al het andere dat bestaat.
  • Autisme. Het woord is nota bene afgeleid van 'zelf' in het Grieks, en nu zegt een van de belangrijkste autisme-theoretici dat autisten géén zelf bezitten.

Betekenis en uitleg van zelf

Het woord 'zelf' verwijst naar de eigen persoon of identiteit. Het duidt op het individu en de eigen ervaringen, gevoelens en gedachten, waardoor het een sterke connectie heeft met zelfbewustzijn en persoonlijke autonomie.

Je gebruikt 'zelf' vaak als je het hebt over persoonlijke verantwoordelijkheden of keuzes. Het kan ook de nadruk leggen op het individu in contrast met anderen, bijvoorbeeld in zinnen als 'ik doe het zelf'. Daarnaast kan het in reflexieve zinnen voorkomen, waarbij het aangeeft dat de actie op de spreker zelf betrekking heeft.

Voorbeelden

  • Ik heb het boek zelf gelezen, zonder hulp van iemand anders.
  • Hij maakt zijn eigen beslissingen en vertrouwt op zichzelf.
  • Zelfstandig werken geeft me de vrijheid om mijn eigen ideeën te ontwikkelen.

Woordoorsprong

Het woord 'zelf' komt van het Oudnederlands 'selv', wat 'eigen' of 'van jezelf' betekende. Het is verwant aan het Engelse 'self'.

Veelgestelde vragen over zelf

Wat is de betekenis van zelf?

zelf betekent: in eigen persoon, niet een ander

Hoeveel betekenissen heeft zelf?

zelf heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft zelf?

zelf is een vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je zelf in een zin?

Voorbeeld: “Zeg nou zelf, zou ik ooit zoiets doen?

Etymologie

*[B]: verkorting van "selve", dat teruggaat op Latijn "salvia" ""salie""

Uitdrukkingen

  • Die zich zelf verhoogt, zal vernederd worden
  • Kommandeer je hond en blaf zelf
  • Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf inje kan het slachtoffer worden van je eigen snode plannen
  • Zich zelf kunnen bedruipen

Vertalingen

Engelsmyself, yourself, himself
Fransmême, même
Duitsselbst, selbst
Spaansmismo, misma, propio