Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zelfgerichtheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vooral bezig zijn met het eigenbelang
    Nu is het niet zo verbazingwekkend dat niet-gelovigen zich ergeren aan deze opvattingen. De essentie van alle ongelovigheid is immers zondige zelfgerichtheid. Wat meer zorgen baart, is dat Bijbelgetrouwe christenen deze zaken wel belijden, maar vooral met de mond, en minder met de daad. En nog ernstiger is dat dit niet alleen geldt voor uiterlijke belijders, maar ook voor veel kinderen van God.