Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zelfspiritualiteit

vrouwelijk (de)/ˈzɛlᵊfˌspirityˌwaliˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het persoonlijk beleefde geestelijk leven in tegenstelling tot de spiritualiteit die zich in kerkelijk verband afspeelt
    De docent van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) noemde deze nieuwe spiritualiteit een „upgrade van het newagedenken.” Andere aanduidingen die hij hanteerde, waren postmoderne spiritualiteit en zelfspiritualiteit.
  2. de overtuiging dat de zin van het leven ligt in de ontdekking van je ware ik, je authentieke zelf
    Zelfspiritualiteit –de overtuiging dat de zin van het leven ligt in de ontdekking van je ware ik, je authentieke zelf– blijkt wijdverspreid. Bijna negen op de tien Nederlanders zijn het daarmee op zijn minst enigszins eens.