zenit
onzijdig (het)/zenɪt/
Wat is de betekenis van zenit?
zenit betekent: (astronomie) het denkbeeldige punt loodrecht omhoog aan de hemelkoepel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (astronomie) het denkbeeldige punt loodrecht omhoog aan de hemelkoepel
- (figuurlijk) hoogtepunt
Voorbeelden van "zenit" in een zin
- Alleen in landen tussen beide keerkringen staat de zon soms in het zenit.
- Hij was in het zenit van zijn roem.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘toppunt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1595
Vertalingen
Engelszenith
Franszénith
DuitsZenit
Spaanscenit
Italiaanszenit
Portugeeszênite
Chinees天頂
Japans天頂
Arabischسمت الرأس
Turkszenit
Poolszenit
Zweedszenit
Deenszenit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek