top
mannelijk (de)/ˈtɔp/
Wat is de betekenis van top?
top betekent: hoogste punt, (bovenste) uiteinde
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoogste punt, (bovenste) uiteinde
- (bedrijfskunde) leiding van een bedrijf, de directeur en of de topmanagers
- opvallend goed, tot de besten behorend (geeft aan dat iets in hoge mate de eigenschappen bezit die kenmerkend zijn voor het tweede deel van de samenstelling)
- (natuurkunde) naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
- vergadering of bijeenkomst van leiders
zelfstandig naamwoord
- (kleding) kledingstuk
tussenwerpsel
- ik stem toe!
Voorbeelden van "top" in een zin
- Geen tijd meer om van de top af te komen.
- De top van het concern bestond uit twaalf directeuren.
- Mensenrechtenorganisaties en Egyptische activisten roepen de internationale delegaties die naar de top komen daarom op om zich kritisch uit te spreken over de schending van de mensenrechten in Egypte.
- 'Nou, als ik een fles van je zou kunnen kopen, zou dat top zijn!' zeg ik zo enthousiast mogelijk.
Etymologie
*[4] van "top"
Uitdrukkingen
- Het zeil in top halen ( of voeren)
- Op 'n top
- tot in de toppen van zijn (haar) vingers — door en door, helemaal, geheel en al
- van top tot teen — het hele lichaam betreffende
Vertalingen
Engelsagreed, okay
DuitsGipfel, Spitzen-, Leiter
Spaanscumbre, vale
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek