hoofd
onzijdig (het)/hoft/
Wat is de betekenis van hoofd?
hoofd betekent: (anatomie) bovenste deel van het menselijk lichaam boven de hals, waarin zich de hersenen en oren, ogen en neus bevinden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) bovenste deel van het menselijk lichaam boven de hals, waarin zich de hersenen en oren, ogen en neus bevinden
- (figuurlijk) hoogste of voorste deel van een geheel
- (figuurlijk) belangrijker, hoogste (als eerste deel van een samenstelling)
- (bedrijfskunde) (figuurlijk), iemand die leiding geeft aan een onderdeel van een organisatie
- (waterbeheer) haaks op een rivieroever of kust aangelegde krib, dam, golfbreker of (wandel-) pier
- (scheepvaart) uitgebouwde aanlegsteiger of losplaats
- (taalkunde) kernwoord van een constituent [2] (meestal een zelfstandig naamwoord of werkwoord)
Voorbeelden van "hoofd" in een zin
- Vroeger werden misdadigers van het hoofd ontdaan.
- Na een gigantische knal vlak boven ons hoofd stonden de stoere jonge gasten binnen tien seconden ook binnen. Zelfs zij waren zich rot geschrokken van de klap, en beseften dat het nu menens was. De meeste gezichten had ik nog nooit gezien.
- Aan het hoofd van de tafel stond een beeldje.
- Je moet hoofd- en bijzaken uit elkaar te houden.
- Hij is het hoofd van de afdeling.
Etymologie
:Oost: : haubiþ
Uitdrukkingen
- Boter op het hoofd hebben — Zelf ook schuldig zijn (verkorte vorm van Wie boter op zijn hoofd heeft, moet niet in de zon gaan lopen)
- De hoofden bij elkaar steken — Onderling overleg voeren
- Een hoofd als een boei krijgen — Een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen
- Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt — Ergens helemaal niets voor voelen
- Gloeiende/Vurige kolen op iemands hoofd stapelen — Iemand die iets verkeerds gedaan heeft of die zich vijandig opstelt, in plaats van te straffen juist vriendelijk tegemoettreden, waardoor diegene beschaamd gemaakt wordt. (Bron: [http://www.bijbelencultuur.nl/bijbelboeken/spreuken/25/22/vurige-kolen-op-iemands-hoofd-hopen-stapelen Bijbel en Cultuur])
- Het hoofd (net) boven water kunnen houden — Net genoeg inkomen hebben om van te kunnen leven
- boven het hoofd hangen — dreigen
- Het hoofd in de schoot leggen — Opgeven en erin berusten
Vertalingen
Engelshead, head, jetty
Franstête, môle
DuitsKopf, Kopfende, Leitung
Spaanscabeza
Italiaanstesta
Russischголова
Japans頭, 長
Turksbaş, kafa
Poolsgłowa
Zweedshuvud
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek