hoofd

onzijdig (het)/hoft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) bovenste deel van het menselijk lichaam boven de hals, waarin zich de hersenen en oren, ogen en neus bevinden
    Vroeger werden misdadigers van het hoofd ontdaan.
    Na een gigantische knal vlak boven ons hoofd stonden de stoere jonge gasten binnen tien seconden ook binnen. Zelfs zij waren zich rot geschrokken van de klap, en beseften dat het nu menens was. De meeste gezichten had ik nog nooit gezien.
  2. figuurlijk (figuurlijk) hoogste of voorste deel van een geheel
    Aan het hoofd van de tafel stond een beeldje.
  3. figuurlijk (figuurlijk) belangrijker, hoogste (als eerste deel van een samenstelling)
    Je moet hoofd- en bijzaken uit elkaar te houden.
  4. bedrijfskunde, figuurlijk (bedrijfskunde) (figuurlijk), iemand die leiding geeft aan een onderdeel van een organisatie
    Hij is het hoofd van de afdeling.
  5. waterbeheer (waterbeheer) haaks op een rivieroever of kust aangelegde krib, dam, golfbreker of (wandel-) pier
    Op de hoofden zijn altijd wel hengelaars aan het vissen.
  6. scheepvaart (scheepvaart) uitgebouwde aanlegsteiger of losplaats
  7. taalkunde (taalkunde) kernwoord van een constituent [2] (meestal een zelfstandig naamwoord of werkwoord)

Etymologie

:Oost: : haubiþ

Uitdrukkingen

  • Boter op het hoofd hebbenZelf ook schuldig zijn (verkorte vorm van Wie boter op zijn hoofd heeft, moet niet in de zon gaan lopen)
  • De hoofden bij elkaar stekenOnderling overleg voeren
  • Een hoofd als een boei krijgenEen erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen
  • Geen haar op mijn hoofd die daaraan denktErgens helemaal niets voor voelen
  • Gloeiende/Vurige kolen op iemands hoofd stapelenIemand die iets verkeerds gedaan heeft of die zich vijandig opstelt, in plaats van te straffen juist vriendelijk tegemoettreden, waardoor diegene beschaamd gemaakt wordt. (Bron: [http://www.bijbelencultuur.nl/bijbelboeken/spreuken/25/22/vurige-kolen-op-iemands-hoofd-hopen-stapelen Bijbel en Cultuur])
  • Het hoofd (net) boven water kunnen houdenNet genoeg inkomen hebben om van te kunnen leven
  • boven het hoofd hangendreigen
  • Het hoofd in de schoot leggenOpgeven en erin berusten

Vertalingen

Engelshead, head, jetty
Franstête, môle
DuitsKopf, Kopfende, Leitung
Spaanscabeza
Italiaanstesta
Russischголова
Japans頭, 長
Turksbaş, kafa
Poolsgłowa
Zweedshuvud