Pier
mannelijk (de)/pir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wormen) regenworm
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer) een in een zee of rivier uitstekende brug, dam of golfbreker
- (luchtvaart) overdekte loopbrug van de "terminal" naar de vliegtuigen op een luchthaven
Etymologie
*[B] Van "pier", dat zelf mogelijk via het Oudfrans of Picardisch (pire/piere) valt te herleiden tot Latijn petricus (< petra)
Vertalingen
Engelsearthworm, pier, pier
Fransver de terre, môle, jetée
DuitsRegenwurm, Mole, Flugsteig
Spaanslombriz, muelle, embarcadero
Poolsmolo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek