zero

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzero/

Betekenis

telwoord
  1. niets, "nul"
zelfstandig naamwoord
  1. iemand die niets te betekenen heeft
  2. rustdag
    Na zoveel drank had ik rust nodig en ik besloot een zero te nemen, dat wil zeggen nul kilometers lopen en een hele dag bijkomen.

Etymologie

*van het Franse zéro of het Engels