nul

mannelijk/vrouwelijk (de)/nʏl/

Wat is de betekenis van nul?

nul betekent: 0, één minder dan één

Betekenis

telwoord
  1. 0, één minder dan één
  2. om een hoeveelheid aan te geven
  3. om de plaats nog voor het eigenlijke begin van een volgorde aan te geven
zelfstandig naamwoord
  1. niks, de afwezigheid van iets
  2. scheldwoord (scheldwoord) iemand die nergens goed in of voor is
  3. wiskunde (wiskunde) het cijfer nul
  4. sport (sport) toestand waarbij de tegenstander in een wedstrijd nog geen doelpunt heeft kunnen maken

Voorbeelden van "nul" in een zin

  • De totale kosten bedragen nul euro zevenendertig cent.
  • We roeien onszelf uit door het geboortecijfer tot nul terug te brengen, en de vergrijzing zijn werk te laten doen.
  • Na zoveel drank had ik rust nodig en ik besloot een zero te nemen, dat wil zeggen nul kilometers lopen en een hele dag bijkomen.
  • In de scheepvaart bestaat "regel nul", die niet in wetjes te vinden is. Dat gaat over goed zeemanschap, rekening houden met je mede-schippers.
  • Half wakker grabbel ik naast mijn bed, stoot mijn telefoon eronder, strek me en heb beet. Met mijn ochtendstem rochel ik mijn naam. Reactie: nul. De beller aarzelt even en hangt op.

Etymologie

* van Middelnederlands "nul" uit "nulla", als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1508

Uitdrukkingen

  • Beneden nulMet negatieve waarde|t=z
  • De jaren nulHet eerste decennium van een eeuw|t=z
  • Delen door nul is flauwekul{{wiskunde|nld
  • Met de blik op oneindig en het verstand op nulvoortgaand zonder bezinning op de vraag of dat nog zinvol is|t=z
  • Onder nul{{meteorologie|nld
  • Tot nul reducerenZo ver verminderen dat er niets van over is|t=z
  • Uit/Van het jaar nulHeel primitief, niet adequaat|t=z
  • Van nul [af aan]/ Vanaf nul beginnenMet niets beginnen

Vertalingen

Engelszero, zero, zero
Franszéro
Duitsnull
Spaanscero
Italiaanszero
Portugeeszero
Russischноль
Chinees
Arabischصفر
Turkssıfır
Poolszero
Zweedsnoll
Deensnul