nul
mannelijk/vrouwelijk (de)/nʏl/
Wat is de betekenis van nul?
nul betekent: 0, één minder dan één
Betekenis
telwoord
- 0, één minder dan één
- om een hoeveelheid aan te geven
- om de plaats nog voor het eigenlijke begin van een volgorde aan te geven
zelfstandig naamwoord
- niks, de afwezigheid van iets
- (scheldwoord) iemand die nergens goed in of voor is
- (wiskunde) het cijfer nul
- (sport) toestand waarbij de tegenstander in een wedstrijd nog geen doelpunt heeft kunnen maken
Voorbeelden van "nul" in een zin
- De totale kosten bedragen nul euro zevenendertig cent.
- We roeien onszelf uit door het geboortecijfer tot nul terug te brengen, en de vergrijzing zijn werk te laten doen.
- Na zoveel drank had ik rust nodig en ik besloot een zero te nemen, dat wil zeggen nul kilometers lopen en een hele dag bijkomen.
- In de scheepvaart bestaat "regel nul", die niet in wetjes te vinden is. Dat gaat over goed zeemanschap, rekening houden met je mede-schippers.
- Half wakker grabbel ik naast mijn bed, stoot mijn telefoon eronder, strek me en heb beet. Met mijn ochtendstem rochel ik mijn naam. Reactie: nul. De beller aarzelt even en hangt op.
Etymologie
* van Middelnederlands "nul" uit "nulla", als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1508
Uitdrukkingen
- Beneden nul — Met negatieve waarde|t=z
- De jaren nul — Het eerste decennium van een eeuw|t=z
- Delen door nul is flauwekul — {{wiskunde|nld
- Met de blik op oneindig en het verstand op nul — voortgaand zonder bezinning op de vraag of dat nog zinvol is|t=z
- Onder nul — {{meteorologie|nld
- Tot nul reduceren — Zo ver verminderen dat er niets van over is|t=z
- Uit/Van het jaar nul — Heel primitief, niet adequaat|t=z
- Van nul [af aan]/ Vanaf nul beginnen — Met niets beginnen
Vertalingen
Engelszero, zero, zero
Franszéro
Duitsnull
Spaanscero
Italiaanszero
Portugeeszero
Russischноль
Chinees零
Arabischصفر
Turkssıfır
Poolszero
Zweedsnoll
Deensnul
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek