zesentwintig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛsənˌtwɪntəx/

Betekenis

telwoord
  1. "26", het getal tussen vijfentwintig en zevenentwintig, twintig plus zes
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen zesentwintig euro en zevenendertig cent.
    En als de gesprekken na het eten waren gegaan over de maximale belasting van de zesentwintig paalgroepen of het aantal palen in elke groep, of de te verwachten problemen wanneer je boven op deze palen het waarschijnlijk grootste vakwerk van hout gaat bouwen, dan was hij er graag bij geweest.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    Het juiste antwoord op opgave zesentwintig is "42".
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 26 is aangeduid
    Het is weer de zesentwintig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
    Haar zevenentwintigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de zesentwintig eenmaal voorbij was.
  2. groep van 26 eenheden
    De zesentwintig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.

Vertalingen

Engelstwenty-six
Fransvingt-six
Duitssechsundzwanzig
Spaansveintiséis
Italiaansventisei
Russischдвадцать шесть
Zweedstjugosex