zesenzestigjarige

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛsənˌsɛstəxˌjarəɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. levend wezen dat 66 jaar oud is of iets dat 66 jaar bestaat
    De zesenzestigjarige heeft zijn vijf jaar jongere echtgenote tijdens zijn studie in Deventer leren kennen.

Etymologie

*"66-jarige"