zeventig
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsevə(n)təx/
Betekenis
telwoord
- "70", het getal tussen negenenzestig en eenenzeventig, zeven maal tien
- om een hoeveelheid aan te gevenIn De Gids van Smit vindt Nella onder de 'B' een bloemist die Hendrickson heet, een man wiens overgrootvader zo'n zeventig jaar geleden een fortuin verdiende aan de tulpengekte.De totale kosten bedragen zeventig euro en zevenendertig cent.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenDe vorige avond had Candida ons een album laten zien met door de tijd vergeelde foto's van die oude villa's met suggestieve namen, die in de jaren zestig en zeventig waren afgebroken.Het juiste antwoord op opgave zeventig is "42".‘Zwerftochten’ werd dat genoemd, een filosofie binnen de bergsport die ontstond in de jaren zeventig.
zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 70 is aangeduidHet is weer de zeventig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?Haar eenenzeventigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de zeventig eenmaal voorbij was.
- groep van 70 eenhedenDe zeventig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.
Etymologie
* van Middelnederlands "seventich", als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240; afgeleid van "zeven"
Vertalingen
Engelsseventy
Franssoixante-dix, septante
Duitssiebzig
Spaanssetenta
Italiaanssettanta
Portugeessetenta
Russischсемьдесят
Turksyetmiş
Deenshalvfjerds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek