ziekenhuisdirecteur

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch, beroep (medisch) (beroep) de directeur van het ziekenhuis.
    De ziekenhuisdirecteur nam ging met pensioen.
    Minister Kuipers van Volksgezondheid roept de sectoren in de samenleving op zich voor te bereiden op een nieuwe golf coronabesmettingen in het najaar. "Maak je eigen plan", zegt hij in een gesprek met NOS. Hij reageert daarmee op de kritiek die ziekenhuisdirecteuren, virologen en wetenschappers vanmorgen uitten.

Vertalingen

Spaansdirector de hospital