ziekentroost
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bemoediging voor een ziek persoon; geestelijke ondersteuning voor een ziekeNaast een ziekentroost en een verslag van het levenseinde van Jan de Bakker schreef hij ook een stuk met de titel ”Acolastus” (1529).
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek